heilige-boontjes-rotterdam

Vervolg…Door koffie weer aan het werk!

De Heilige Boontjes is één van de succesvolle initiatieven in de stad. Maandag 30 oktober 2017 hebben zij zelfs de Hein Roethofprijs gewonnen voor hun leer werktraject. Deze prijs wordt om de 2 jaar uitgereikt, door het CCV (Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid), aan een organisatie of samenwerkingsverband dat zich op een innovatieve, creatieve en effectieve manier richt op een probleem dat de sociale veiligheid bedreigt.

In het kader van de Participatiewet heeft de Brede Raad 010 met drie jongeren van Heilige Boontjes gesproken die of net zijn begonnen met hun re-integratie traject bij de Heilige Boontjes of het traject zelfs al hebben afgesloten en onderdeel uitmaken van de arbeidsmarkt.

De begeleiding van de jongeren wordt gefinancierd door de afdeling Werk & Inkomen van de gemeente Rotterdam.

In het vorige deel spraken Danny, Jafar en Robin al over hoe ze bij de Heilige Boontjes terecht zijn gekomen. Hieronder vertellen zij over hoe zij de toekomst voor zich zien.

Vertrouwen in de toekomst

Danny (19 jr.): Ik ben op zich wel goed geholpen bij het Jongerenloket. Al heb ik wel een paar tips voor ze. Ze moeten er voor zorgen dat je maar één vaste begeleider hebt. Zo kun je ook iets opbouwen en prikken ze ook wat makkelijker door je schild heen. Ik kijk vaak boos, maar ben dat zeker niet. ‘Zo kijk ik gewoon’!
Tegen andere zou ik zeggen schaam je niet en ga naar het Jongerenloket, pak met beide handen aan waar je recht op hebt. Maar zorg ook dat je een hobby of bezigheid vindt, waardoor je uit de shit  (criminaliteit en drugs) blijft.

“Ik dronk eigenlijk al (te) veel koffie, maar sinds ik hier werk is het gelukkig niet meer geworden haha”.

Vroeger heb ik in de zaak van mijn ouders geholpen, dus ik heb wel wat horeca ervaring.
Nu doe ik nog van alles bij de Heilige Boontjes en zit hier nog wel even voordat mijn re-integratietraject klaar is. Maar over een jaar of elf lijkt mij wel heel gaaf om mijn eigen café in Rotterdam te hebben.

JafarIk had binnen vier dagen deze baan via mijn coach bij het Jongerenloket. En ik ben eigenlijk verder best goed door ze begeleid. Al gaan sommige dingen soms wel wat traag. En meer informatie over het re-integratietraject wat je gaat doorlopen of zelfs de functie waar ze je naar toe sturen is ook best prettig. Dan kun je je een beetje voorbereiden.

“In de opvang was de koffie zo vies, dat ik het sinds die tijd niet meer dronk. Ik had er zelfs een afkeer voor gekregen. Maar de koffie is hier zo lekker, dat ik het weer drink. Dus ja ik drink zeker meer koffie nu”.

Probeer het ook gewoon. Het kan alleen maar beter worden, is zijn advies aan andere jongeren.
Ik werk hier nog niet zo lang. Ga eerst maar eens even kijken hoe alles gaat lopen, maar in de toekomst wil ik zeker weer terug naar school.

Robin (27 jr.): Helaas was ik gewoon een dossier voor ze, dat moest worden afgewerkt. ‘Een nummertje’ en daardoor kwam ik eerst in het verkeerde traject terecht. Maar als je het mij vraagt heeft iedereen gewoon een eigen soort traject nodig. Iedereen is toch ook anders.

“Ze moeten je veel meer als een individu gaan behandelen, zodat je vindt wat bij je past. En daardoor gemotiveerd blijft”.

Tegen jongeren die nu in de problemen zitten zou ik zeggen, “begin eerst met gezond(er) leven”. Maar erken ook dat je een probleem hebt, dat is eigenlijk stap één.  En neem ook afstand van hetgeen wat je nu tegenhoudt, foute vrienden, drugs,  drank etc.. ‘Start opnieuw’!
Ik dronk eerst bijna nooit koffie en nu zeker wel zes keer per dag. Voor mijn functie moet ik steeds alles blijven proeven en controleren op smaak, zodat de kwaliteit van de koffie goed blijft. Het zijn dus geen hele bakken koffie die ik elke dag drink, het valt dus best mee.
Op korte termijn zou ik wel jongeren die het foute pad op zijn gegaan willen helpen. Als ervaringsdeskundige moet ik daar wel wat over kunnen vertellen. En daarnaast ook mijn motivatie en enthousiasme om de juiste keuze te maken op ze proberen over te brengen.
Over een paar jaar werk ik nog steeds in de koffie, dat is zeker. Maar dan wil ik meer te maken hebben met de productie van de koffie. Het bezoeken van de plantages bijvoorbeeld, eens zien hoe het daar in zijn werk gaat.  “En wie weet ooit mijn eigen filiaal” zegt hij lachend.